1 Samuël 30:31
“En aan hen die in Hebron waren, en aan alle plaatsen waar David zelf en zijn mannen gewoon waren te vertoeven.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 30 — omringende verzen
En toen David in Ziklag gekomen was, zond hij van de buit aan de oudsten van Juda, aan zijn vrienden, zeggende: Zie, een geschenk voor u van de buit der vijanden van de HEER;
27Aan hen die in Bethel waren, en aan hen die in het zuiden van Ramoth waren, en aan hen die in Jattir waren,
28En aan hen die in Aroër waren, en aan hen die in Sifmoth waren, en aan hen die in Esthemoa waren,
29En aan hen die in Rachal waren, en aan hen die in de steden der Jerahmeëlieten waren, en aan hen die in de steden der Kenieten waren,
30En aan hen die in Horma waren, en aan hen die in Chor-Asan waren, en aan hen die in Athach waren,
En aan hen die in Hebron waren, en aan alle plaatsen waar David zelf en zijn mannen gewoon waren te vertoeven.