1 Samuël 4:8
“Wee ons! Wie zal ons redden uit de hand van deze machtige Goden? Dit zijn de Goden die de Egyptenaren met allerlei plagen in de woestijn geslagen hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 4 — omringende verzen
En toen het volk in het leger gekomen was, zeiden de oudsten van Israël: Waarom heeft de HEER ons heden voor de Filistijnen geslagen? Laat ons de ark van het verbond van de HEER uit Silo tot ons halen, opdat Hij in ons midden kome en ons redde uit de hand van onze vijanden.
4Zo zond het volk naar Silo, opdat zij van daar de ark van het verbond van de HEER der heerscharen zouden halen, Die tussen de cherubs troont; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, waren daar bij de ark van het verbond Gods.
5En het geschiedde, toen de ark van het verbond van de HEER in het leger kwam, dat geheel Israël een groot gejuich aanhief, zodat de aarde daverde.
6En toen de Filistijnen het geluid van het gejuich hoorden, zeiden zij: Wat betekent het geluid van dit grote gejuich in het leger der Hebreeën? En zij begrepen dat de ark van de HEER in het leger gekomen was.
7En de Filistijnen werden bevreesd, want zij zeiden: God is in het leger gekomen. En zij zeiden: Wee ons! Want zoiets is er tevoren nooit geweest.
Wee ons! Wie zal ons redden uit de hand van deze machtige Goden? Dit zijn de Goden die de Egyptenaren met allerlei plagen in de woestijn geslagen hebben.
Weest sterk en gedraagt u als mannen, o Filistijnen, opdat gij niet dienstbaar wordt aan de Hebreeën, gelijk zij aan u dienstbaar geweest zijn; gedraagt u als mannen en strijdt.
10En de Filistijnen streden, en Israël werd geslagen, en zij vluchtten een ieder naar zijn tent; en er was een zeer grote slachting, want er vielen van Israël dertigduizend man te voet.
11En de ark Gods werd genomen; en de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, werden gedood.
12En een man van Benjamin liep uit het leger en kwam dezelfde dag naar Silo, met zijn klederen gescheurd en met aarde op zijn hoofd.
13En toen hij aankwam, zie, Eli zat op een stoel langs de weg te wachten; want zijn hart beefde voor de ark Gods. En toen de man in de stad gekomen was en het bericht bracht, riep de gehele stad het uit.