1 Samuël 8:10
“En Samuel sprak al de woorden van de HEER tot het volk dat van hem een koning vroeg.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Samuël 8 — omringende verzen
En zij zeiden tot hem: Zie, u bent oud geworden en uw zonen wandelen niet in uw wegen; stel nu een koning over ons aan om ons te richten, zoals alle volken.
6Maar het was kwalijk in de ogen van Samuel, toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons te richten. En Samuel bad tot de HEER.
7En de HEER zei tot Samuel: Luister naar de stem van het volk in alles wat zij tot u zeggen; want zij hebben niet u verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik niet over hen zou regeren.
8Overeenkomstig alle werken die zij gedaan hebben vanaf de dag dat Ik hen uit Egypte leidde tot op deze dag, waarmee zij Mij hebben verlaten en andere goden hebben gediend, zo doen zij ook u.
9Luister nu dan naar hun stem; waarschuw hen echter ernstig en toon hun het recht van de koning die over hen zal regeren.
En Samuel sprak al de woorden van de HEER tot het volk dat van hem een koning vroeg.
En hij zei: Dit zal het recht zijn van de koning die over u zal regeren: hij zal uw zonen nemen en hen voor zichzelf aanwijzen, voor zijn wagens en om zijn ruiters te zijn; en sommigen zullen voor zijn wagens uitlopen.
12En hij zal hen aanstellen als aanvoerders over duizend en aanvoerders over vijftig; en hij zal hen zijn akker laten ploegen en zijn oogst binnenhalen, en zijn oorlogswapens en het beslag van zijn wagens maken.
13En hij zal uw dochters nemen om zalfmengsters, koks en baksters te zijn.
14En hij zal uw velden en uw wijngaarden en uw olijfgaarden, ja de beste ervan, nemen en ze aan zijn dienaren geven.
15En hij zal een tiende nemen van uw zaad en van uw wijngaarden en die geven aan zijn hovelingen en zijn dienaren.