1 Tessalonicenzen 1:2
“Wij danken God altijd voor u allen, en maken melding van u in onze gebeden,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Tessalonicenzen 1 — omringende verzen
Paulus, en Silvanus, en Timotheüs, aan de gemeente van de Thessalonicenzen, die in God de Vader en in de Heer Jezus Christus is: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
Wij danken God altijd voor u allen, en maken melding van u in onze gebeden,
Indachtig zonder ophouden uw werk des geloofs, en arbeid der liefde, en volharding der hoop op onze Heer Jezus Christus, voor het aangezicht van onze God en Vader,
4Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing door God.
5Want ons evangelie is niet tot u gekomen in woord alleen, maar ook in kracht, en in de Heilige Geest, en in veel verzekerdheid; gelijk u weet wat voor mannen wij onder u geweest zijn, om uwentwil.
6En u bent navolgers van ons geworden, en van de Heer, het woord aangenomen hebbende in veel verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes,
7Zodat u voorbeelden geworden bent voor al de gelovigen in Macedonië en Achaje.