1 Tessalonicenzen 3:2
“En hebben Timotheüs gezonden, onze broeder en dienaar van God, en onze medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en u te vertroosten aangaande uw geloof,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Tessalonicenzen 3 — omringende verzen
Daarom, toen wij het niet langer konden verdragen, vonden wij goed te Athene alleen gelaten te worden,
En hebben Timotheüs gezonden, onze broeder en dienaar van God, en onze medearbeider in het evangelie van Christus, om u te versterken en u te vertroosten aangaande uw geloof,
Opdat niemand bewogen zou worden in deze verdrukkingen; want u zelf weet dat wij daartoe gesteld zijn.
4Want ook toen wij bij u waren, zeiden wij u tevoren dat wij verdrukking lijden zouden, gelijk het ook geschied is, en u weet het.
5Daarom, toen ik het niet langer verdragen kon, heb ik gezonden om uw geloof te weten, opdat niet op enigerlei wijze de verzoeker u verzocht had, en onze arbeid tevergeefs geweest zou zijn.
6Maar nu Timotheüs van u tot ons gekomen is, en ons een goede tijding gebracht heeft van uw geloof en liefde, en dat u ons altijd in goede gedachtenis hebt, verlangende zeer om ons te zien, gelijk ook wij u,
7Daarom, broeders, zijn wij over u vertroost geworden in al onze nood en verdrukking, door uw geloof,