2 Koningen 10:23
“En Jehu en Jonadab, de zoon van Rechab, gingen het huis van Baäl binnen en zeiden tot de dienaren van Baäl: Zoekt en ziet er op toe dat hier onder u geen van de knechten van de HEER zij, maar alleen de dienaren van Baäl.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 10 — omringende verzen
En Jehu verzamelde al het volk bijeen en zei tot hen: Ahab heeft Baäl weinig gediend; maar Jehu zal hem veel dienen.
19Nu dan, roept tot mij al de profeten van Baäl, al zijn dienaren en al zijn priesters; laat niemand ontbreken, want ik heb een groot offer aan Baäl te brengen; wie ontbreekt, zal niet leven. Maar Jehu deed het met list, om de dienaren van Baäl te vernietigen.
20En Jehu zei: Roept een plechtige samenkomst uit voor Baäl. En zij riepen die uit.
21En Jehu zond boden door heel Israël; en al de dienaren van Baäl kwamen, zodat er niemand overbleef die niet gekomen was. En zij kwamen in het huis van Baäl, en het huis van Baäl was vol van het ene einde tot het andere.
22En hij zei tot hem die over de kleedkamer gesteld was: Breng gewaden naar buiten voor alle dienaren van Baäl. En hij bracht gewaden voor hen naar buiten.
En Jehu en Jonadab, de zoon van Rechab, gingen het huis van Baäl binnen en zeiden tot de dienaren van Baäl: Zoekt en ziet er op toe dat hier onder u geen van de knechten van de HEER zij, maar alleen de dienaren van Baäl.
En toen zij naar binnen gingen om offers en brandoffers te brengen, stelde Jehu tachtig mannen buiten op en zei: Als enige van de mannen die ik in uw handen gegeven heb, ontsnapt, zal zijn leven in de plaats komen van het leven van hem die hem laat gaan.
25En het geschiedde, zodra hij het brandoffer had beëindigd, dat Jehu tot de lijfwacht en de hoofdlieden zei: Gaat naar binnen en doodt hen; laat niemand naar buiten gaan. En zij sloegen hen met de scherpte des zwaards; en de lijfwacht en de hoofdlieden wierpen hen naar buiten en gingen naar de stad van het huis van Baäl.
26En zij brachten de beelden uit het huis van Baäl en verbrandden die.
27En zij braken het beeld van Baäl neer en braken het huis van Baäl af en maakten het tot een privaat, tot op deze dag.
28Zo vernietigde Jehu de Baäl uit Israël.