2 Koningen 10:35
“En Jehu ontsliep met zijn vaderen en zij begroeven hem in Samaria. En Joahaz, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 10 — omringende verzen
En de HEER zei tot Jehu: Omdat gij goed gedaan hebt door te doen wat recht is in Mijn ogen, en aan het huis van Ahab gedaan hebt naar alles wat in Mijn hart was, zullen uw zonen tot in het vierde geslacht op de troon van Israël zitten.
31Maar Jehu bewaakte het niet om te wandelen in de wet van de HEER, de God van Israël, met zijn gehele hart; want hij week niet af van de zonden van Jerobeam, die Israël deed zondigen.
32In die dagen begon de HEER Israël te beknotten; en Hazaël sloeg hen op alle grenzen van Israël,
33van de Jordaan oostwaarts, het gehele land van Gilead, de Gadieten, de Rubenieten en de Manassieten, van Aroër af, dat aan de rivier de Arnon ligt, zelfs Gilead en Basan.
34Het overige nu van de daden van Jehu en al wat hij deed en al zijn macht, is dat niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Israël?
En Jehu ontsliep met zijn vaderen en zij begroeven hem in Samaria. En Joahaz, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.
En de tijd die Jehu regeerde over Israël in Samaria was acht en twintig jaar.