Terug naar 2 Koningen 11
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 11:10

En de priester gaf aan de oversten over honderd de speren en de schilden van koning David, die in de tempel des HEREN waren.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 11 — omringende verzen

5

En hij gebood hun, zeggende: Dit is het wat gij doen zult: een derde deel van u, die op de sabbat aantreden, zullen de wacht van het huis des konings waarnemen;

6

En een derde deel zal zijn bij de poort Sur, en een derde deel bij de poort achter de wacht; zo zult gij de wacht van het huis waarnemen, dat het niet doorbroken worde.

7

En twee delen van u allen, die op de sabbat afgaan, zullen de wacht van het huis des HEREN waarnemen bij de koning.

8

En gij zult de koning rondom omsingelen, ieder met zijn wapenen in zijn hand; en wie binnen de gelederen komt, laat die gedood worden. En weest gij bij de koning, als hij uitgaat en als hij binnenkomt.

9

En de oversten over honderd deden naar alles wat de priester Jojada geboden had; en zij namen ieder zijn mannen die op de sabbat aantraden, met hen die op de sabbat afgingen, en kwamen tot de priester Jojada.

10

En de priester gaf aan de oversten over honderd de speren en de schilden van koning David, die in de tempel des HEREN waren.

11

En de wacht stond, ieder met zijn wapenen in zijn hand, van de rechterzijde van de tempel tot de linkerzijde van de tempel, rondom de koning, langs het altaar en de tempel.

12

En hij bracht de zoon des konings voort, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning en zalfden hem; en zij klapten in de handen en zeiden: Leve de koning!

13

En toen Athalia het gejuich van de wacht en van het volk hoorde, kwam zij tot het volk in de tempel des HEREN.

14

En toen zij keek, zie, de koning stond bij een pilaar, zoals de gewoonte was, en de oversten en de trompetters bij de koning, en al het volk des lands was verblijd en blies met trompetten. En Athalia scheurde haar kleren en riep: Verraad, verraad!

15

Maar de priester Jojada gebood de oversten over honderd, de bevelhebbers van het leger, en zeide tot hen: Brengt haar uit tussen de gelederen door, en wie haar volgt, doodt met het zwaard. Want de priester had gezegd: Laat haar niet gedood worden in het huis des HEREN.