Terug naar 2 Koningen 17
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 17:22

Want de kinderen van Israël wandelden in al de zonden van Jerobeam die hij bedreven had; zij weken er niet van af;

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 17 — omringende verzen

17

En zij deden hun zonen en dochters door het vuur gaan, en bedreven waarzeggerij en toverij, en verkochten zichzelf om te doen wat kwaad was in de ogen van de HEER, om Hem tot toorn te verwekken.

18

Daarom was de HEER zeer toornig op Israël, en verwijderde hen van voor zijn aangezicht; er bleef niemand over dan alleen de stam van Juda.

19

Ook Juda onderhield de geboden van de HEER hun God niet, maar wandelde in de inzettingen die Israël had ingevoerd.

20

En de HEER verwierp heel het nageslacht van Israël, en verootmoedigde hen, en gaf hen over in de hand van plunderaars, totdat Hij hen had weggeworpen van voor zijn aangezicht.

21

Want Hij scheurde Israël los van het huis van David; en zij maakten Jerobeam, de zoon van Nebat, tot koning; en Jerobeam dreef Israël weg van het volgen van de HEER, en deed hen een grote zonde doen.

22

Want de kinderen van Israël wandelden in al de zonden van Jerobeam die hij bedreven had; zij weken er niet van af;

23

Totdat de HEER Israël van voor zijn aangezicht had verwijderd, zoals Hij had gesproken door al zijn knechten, de profeten. Zo werd Israël weggevoerd uit zijn eigen land naar Assyrië, tot op deze dag.

24

En de koning van Assyrië bracht mannen uit Babel, uit Kuta, uit Avva, uit Hamath en uit Sefarvaïm, en plaatste hen in de steden van Samaria in de plaats van de kinderen van Israël; en zij namen Samaria in bezit en woonden in zijn steden.

25

En zo was het: bij het begin van hun wonen aldaar vreesden zij de HEER niet; daarom zond de HEER leeuwen onder hen, die sommigen van hen doodden.

26

Daarom spraken zij tot de koning van Assyrië: De volken die u heeft weggevoerd en in de steden van Samaria heeft geplaatst, kennen de wijze van de God van dat land niet; daarom heeft Hij leeuwen onder hen gezonden, en zie, zij doden hen, omdat zij de wijze van de God van dat land niet kennen.

27

Toen gebood de koning van Assyrië: Breng daarheen een van de priesters die u vandaar hebt weggevoerd; laat hem gaan en daar wonen, en laat hem hen onderwijzen in de wijze van de God van dat land.