2 Koningen 20:17
“Zie, er komen dagen dat alles wat in uw huis is, en dat wat uw vaderen tot op deze dag hebben vergaderd, naar Babel zal worden weggevoerd; er zal niets overblijven, zegt de HEER.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 20 — omringende verzen
In die tijd zond Berodach-Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, brieven en een geschenk aan Hizkia; want hij had gehoord dat Hizkia ziek geweest was.
13En Hizkia luisterde naar hen en toonde hun het gehele huis van zijn kostbaarheden, het zilver en het goud, de specerijen en de kostbare olie, en het gehele huis van zijn wapenrusting en alles wat in zijn schatkamers gevonden werd; er was niets in zijn huis noch in heel zijn heerschappij dat Hizkia hun niet toonde.
14Toen kwam de profeet Jesaja tot de koning Hizkia en zeide tot hem: Wat hebben die mannen gezegd, en vanwaar zijn zij tot u gekomen? En Hizkia zeide: Zij zijn uit een ver land gekomen, namelijk uit Babel.
15En hij zeide: Wat hebben zij in uw huis gezien? En Hizkia antwoordde: Alles wat in mijn huis is hebben zij gezien; er is niets onder mijn schatten dat ik hun niet getoond heb.
16En Jesaja zeide tot Hizkia: Hoor het woord van de HEER.
Zie, er komen dagen dat alles wat in uw huis is, en dat wat uw vaderen tot op deze dag hebben vergaderd, naar Babel zal worden weggevoerd; er zal niets overblijven, zegt de HEER.
En van uw zonen die van u zullen voortkomen, die gij zult verwekken, zullen zij wegnemen; en zij zullen hovelingen zijn in het paleis van de koning van Babel.
19Toen zeide Hizkia tot Jesaja: Het woord van de HEER dat gij gesproken hebt, is goed. En hij zeide: Is het niet goed, als er in mijn dagen vrede en waarheid zal zijn?
20En het overige van de geschiedenis van Hizkia, en al zijn macht, en hoe hij een vijver en een waterleiding maakte en water in de stad bracht, zijn die niet geschreven in het boek der kronieken van de koningen van Juda?
21En Hizkia ontsliep bij zijn vaderen; en zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.