Terug naar 2 Koningen 21
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 21:13

En Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria trekken en het schietlood van het huis van Achab; en Ik zal Jeruzalem uitwissen zoals men een schotel uitwist, die men uitwist en ondersteboven keert.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 21 — omringende verzen

8

En Ik zal de voeten van Israël niet meer laten wijken uit het land dat Ik hun vaderen gegeven heb; alleen als zij naarstig doen naar alles wat Ik hun geboden heb, en naar de gehele wet die Mijn knecht Mozes hun geboden heeft.

9

Maar zij hoorden niet; en Manasse verleidde hen om meer kwaad te doen dan de volken die de HEER voor de kinderen Israëls verdelgd had.

10

En de HEER sprak door Zijn knechten de profeten en zeide:

11

Omdat Manasse, de koning van Juda, deze gruwelen gedaan heeft, en bozer gehandeld heeft dan al wat de Amorieten deden die vóór hem waren, en ook Juda heeft doen zondigen met zijn afgoden:

12

Daarom zegt de HEER, de God van Israël, aldus: Zie, Ik breng zulk een ramp over Jeruzalem en Juda, dat een ieder die het hoort, zijn beide oren zullen tuiten.

13

En Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria trekken en het schietlood van het huis van Achab; en Ik zal Jeruzalem uitwissen zoals men een schotel uitwist, die men uitwist en ondersteboven keert.

14

En Ik zal het overblijfsel van Mijn erfdeel verlaten en hen overgeven in de hand van hun vijanden; en zij zullen al hun vijanden tot een prooi en tot een buit zijn;

15

Want zij hebben gedaan wat kwaad is in Mijn ogen, en hebben Mij tot toorn verwekt, van de dag af dat hun vaders uit Egypte trokken tot op deze dag.

16

Bovendien vergoot Manasse zeer veel onschuldig bloed, totdat hij Jeruzalem van het ene einde tot het andere had gevuld; afgezien van zijn zonde waarmee hij Juda deed zondigen, door te doen wat kwaad is in de ogen van de HEER.

17

Het overige nu van de daden van Manasse, en alles wat hij deed, en zijn zonde die hij zondigde, zijn die niet geschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda?

18

En Manasse ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven in de tuin van zijn eigen huis, in de tuin van Uzza; en zijn zoon Amon regeerde in zijn plaats.