Terug naar 2 Koningen 21
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 21:4

En hij bouwde altaren in het huis van de HEER, waarvan de HEER gezegd had: In Jeruzalem zal Ik Mijn naam vestigen.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 21 — omringende verzen

1

Manasse was twaalf jaar oud toen hij koning werd en regeerde vijfenvijftig jaar te Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Hefziba.

2

En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, naar de gruwelen van de heidenen die de HEER voor de kinderen Israëls verdreven had.

3

Want hij bouwde de offerhoogten weer op die zijn vader Hizkia had afgebroken; en hij richtte altaren op voor Baäl en maakte een gewijde paal, zoals Achab, de koning van Israël, gedaan had; en hij boog zich voor het gehele heer des hemels neer en diende hen.

4

En hij bouwde altaren in het huis van de HEER, waarvan de HEER gezegd had: In Jeruzalem zal Ik Mijn naam vestigen.

5

En hij bouwde altaren voor het gehele heer des hemels in de twee voorhoven van het huis van de HEER.

6

En hij liet zijn zoon door het vuur gaan, en hij deed aan waarzeggerij en toverij, en hij raadpleegde geesten en waarzeggers; hij deed veel kwaad in de ogen van de HEER om Hem tot toorn te verwekken.

7

En hij plaatste het gesneden beeld van de gewijde paal dat hij gemaakt had in het huis, waarvan de HEER tot David en tot zijn zoon Salomo gezegd had: In dit huis en in Jeruzalem, dat Ik uit alle stammen Israëls gekozen heb, zal Ik Mijn naam voor altijd vestigen;

8

En Ik zal de voeten van Israël niet meer laten wijken uit het land dat Ik hun vaderen gegeven heb; alleen als zij naarstig doen naar alles wat Ik hun geboden heb, en naar de gehele wet die Mijn knecht Mozes hun geboden heeft.

9

Maar zij hoorden niet; en Manasse verleidde hen om meer kwaad te doen dan de volken die de HEER voor de kinderen Israëls verdelgd had.