2 Koningen 23:37
“En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, overeenkomstig alles wat zijn vaders hadden gedaan.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 23 — omringende verzen
En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, overeenkomstig alles wat zijn vaders hadden gedaan.
33En Farao Necho legde hem in boeien te Ribla in het land Hamath, opdat hij niet in Jeruzalem zou regeren; en hij legde het land een schatting op van honderd talenten zilver en een talent goud.
34En Farao Necho maakte Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van zijn vader Josia, en veranderde zijn naam in Jojakim; en hij voerde Joahaz weg, die naar Egypte ging en daar stierf.
35En Jojakim gaf het zilver en het goud aan Farao; maar hij hief belasting op van het land om het geld te geven overeenkomstig het gebod van Farao: hij inde het zilver en het goud van het volk des lands, van iedereen naar zijn aanslag, om het aan Farao Necho te geven.
36Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij begon te regeren, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Zebuda, de dochter van Pedaja uit Ruma.
En hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, overeenkomstig alles wat zijn vaders hadden gedaan.