Terug naar 2 Koningen 3
VSV
Statenvertaling

2 Koningen 3:12

En Josafat zei: Het woord des HEREN is bij hem. Zo gingen de koning van Israël en Josafat en de koning van Edom tot hem af.

Kruisverwijzingen

Context

2 Koningen 3 — omringende verzen

7

En hij ging heen en zond bericht aan Josafat, de koning van Juda: De koning van Moab is tegen mij in opstand gekomen; wilt gij met mij optrekken tegen Moab ten strijde? En hij zei: Ik zal optrekken; ik ben als gij en mijn volk als uw volk en mijn paarden als uw paarden.

8

En hij zei: Langs welke weg zullen wij optrekken? En hij antwoordde: De weg door de woestijn van Edom.

9

Zo trok de koning van Israël op, en de koning van Juda en de koning van Edom; en zij maakten een omweg van zeven dagreizen; en er was geen water voor het leger en voor het vee dat hen volgde.

10

En de koning van Israël zei: Helaas! Want de HEER heeft deze drie koningen samengeroepen om hen in de hand van Moab over te leveren!

11

Maar Josafat zei: Is er hier geen profeet des HEREN, dat wij de HEER door hem mogen vragen? En een van de dienaren van de koning van Israël antwoordde en zei: Hier is Elisa, de zoon van Safat, die water over de handen van Elia gegoten heeft.

12

En Josafat zei: Het woord des HEREN is bij hem. Zo gingen de koning van Israël en Josafat en de koning van Edom tot hem af.

13

En Elisa zei tot de koning van Israël: Wat heb ik met u te maken? Ga naar de profeten van uw vader en naar de profeten van uw moeder. En de koning van Israël zei tot hem: Nee; want de HEER heeft deze drie koningen samengeroepen om hen in de hand van Moab over te leveren.

14

En Elisa zei: Zo waarlijk als de HEER der heerscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, waarlijk, was het niet dat ik de tegenwoordigheid van Josafat, de koning van Juda, in acht neem, ik zou u niet aanzien noch naar u omzien.

15

Maar brengt mij nu een citerspeler. En het geschiedde, toen de citerspeler speelde, dat de hand des HEREN op hem kwam.

16

En hij zei: Zo zegt de HEER: Maakt deze vallei vol grachten.

17

Want zo zegt de HEER: Gij zult geen wind zien, noch regen zien; toch zal die vallei met water gevuld worden, zodat gij drinken kunt, gij en uw vee en uw lastdieren.