2 Korintiërs 1:4
“Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen die in enige nood verkeren kunnen troosten met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 1 — omringende verzen
Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Timotheüs onze broeder, aan de gemeente Gods die te Korinthe is, met alle heiligen die in geheel Achaje zijn:
2Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.
3Geloofd zij God, ja de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God van alle vertroosting;
Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen die in enige nood verkeren kunnen troosten met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.
Want zoals de lijdingen van Christus overvloedig zijn in ons, zo is ook onze vertroosting overvloedig door Christus.
6En hetzij wij verdrukt worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid, die krachtig blijkt in het verdragen van dezelfde lijdingen die wij ook lijden; hetzij wij getroost worden, het is tot uw vertroosting en zaligheid.
7En onze hoop van u is standvastig, omdat wij weten dat gelijk gij deelhebt aan de lijdingen, gij ook deel zult hebben aan de vertroosting.
8Want broeders, wij willen niet dat u onkundig zijt van onze verdrukking die ons in Azië overkwam: dat wij buitenmate en boven kracht bezwaard werden, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten.
9Ja, wij hadden het doodvonnis in onszelf, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God Die de doden opwekt.