2 Korintiërs 2:2
“Want indien ik u bedroefd maak, wie is er dan die mij verblijdt, anders dan hij die door mij bedroefd is?”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 2 — omringende verzen
Maar ik heb dit bij mijzelf besloten, dat ik niet weer in droefheid tot u zou komen.
Want indien ik u bedroefd maak, wie is er dan die mij verblijdt, anders dan hij die door mij bedroefd is?
En ik heb u dit zelfde geschreven, opdat ik, wanneer ik kom, geen droefheid zou hebben van hen over wie ik mij behoorde te verblijden; want ik heb vertrouwen in u allen, dat mijn blijdschap de blijdschap van u allen is.
4Want uit veel verdrukking en benauwdheid des harten heb ik u geschreven met vele tranen; niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt kennen die ik overvloediger tot u heb.
5Maar indien iemand droefheid veroorzaakt heeft, die heeft niet mij bedroefd, maar ten dele — opdat ik u niet te zwaar valle — u allen.
6Dit is voor zulk een mens genoeg, deze straf die door velen opgelegd is.
7Zodat gij hem integendeel liever moet vergeven en vertroosten, opdat zulk een niet misschien door al te grote droefheid verslonden worde.