2 Korintiërs 4:3
“Maar indien ons evangelie bedekt is, zo is het bedekt voor hen die verloren gaan,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 4 — omringende verzen
Daarom, dewijl wij deze bediening hebben, gelijk wij barmhartigheid ontvangen hebben, bezwijken wij niet;
2Maar wij hebben de verborgen dingen der oneerlijkheid verzaakt, niet wandelend in listigheid, noch het Woord Gods bedriegelijk handelend; maar door openbaarmaking van de waarheid bevelen wij onszelf aan bij het geweten van ieder mens voor het aangezicht Gods.
Maar indien ons evangelie bedekt is, zo is het bedekt voor hen die verloren gaan,
In wie de god dezer wereld de zinnen verblind heeft van hen die niet geloven, opdat het licht van het heerlijke evangelie van Christus, Die het beeld Gods is, hun niet zou beschijnen.
5Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heer; en onszelf als uw dienstknechten om Jezus' wil.
6Want God, Die gebood dat het licht uit de duisternis zou schijnen, heeft in onze harten geschenen, om verlichting te geven van de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.
7Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht van God zou zijn en niet uit ons.
8Wij worden van alle zijden verdrukt, maar niet benauwd; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld;