2 Korintiërs 8:4
“En zij baden ons met grote aandrang, dat wij de gave zouden aannemen en de gemeenschap van de bediening aan de heiligen op ons zouden nemen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 8 — omringende verzen
Voorts, broeders, maken wij u bekend de genade Gods, die aan de gemeenten van Macedonië geschonken is;
2Hoe dat in een grote beproeving van verdrukking de overvloed van hun blijdschap en hun diepe armoede overvloedig geweest is tot de rijkdom van hun milddadigheid.
3Want naar hun vermogen, dat getuig ik, ja, boven hun vermogen af waren zij gewillig uit zichzelf;
En zij baden ons met grote aandrang, dat wij de gave zouden aannemen en de gemeenschap van de bediening aan de heiligen op ons zouden nemen.
En dit deden zij, niet zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zichzelf eerst aan de Heer, en aan ons door de wil van God.
6Zodat wij Titus aangespoord hebben, dat hij, zoals hij begonnen was, zo ook deze genade bij u zou voltooien.
7Maar zoals gij in alles overvloedig zijt, in geloof, en in woord, en in kennis, en in alle ijver, en in uw liefde tot ons, ziet dat gij ook in deze genade overvloedig zijt.
8Ik zeg dit niet als een gebod, maar naar aanleiding van de bereidvaardigheid van anderen, om ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven.
9Want gij kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij, hoewel Hij rijk was, terwille van u arm is geworden, opdat gij door Zijn armoede rijk zoudt worden.