2 Korintiërs 9:4
“Opdat niet, als de Macedoniërs met mij komen en u onbereid vinden, wij — om niet te zeggen: gij — beschaamd worden in dit zelfverzekerde roemen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 9 — omringende verzen
Want wat de bediening aan de heiligen betreft, is het voor mij overbodig u te schrijven;
2Want ik ken de bereidwilligheid van uw gezindheid, waarover ik over u roem bij de Macedoniërs, dat Achaje een jaar geleden gereed was; en uw ijver heeft zeer velen aangespoord.
3Toch heb ik de broeders gezonden, opdat onze roem over u in dit opzicht niet ijdel zij; zodat gij, zoals ik gezegd heb, gereed zijt;
Opdat niet, als de Macedoniërs met mij komen en u onbereid vinden, wij — om niet te zeggen: gij — beschaamd worden in dit zelfverzekerde roemen.
Daarom achtte ik het noodzakelijk de broeders te vermanen, dat zij vooruit naar u zouden gaan en uw tevoren toegezegde gave van tevoren gereed zouden maken, opdat dezelfde gereed moge zijn als een vrijgevige gave, en niet als een uiting van gierigheid.
6Maar dit zeg ik: Wie spaarzaam zaait, zal ook spaarzaam oogsten; en wie overvloedig zaait, zal ook overvloedig oogsten.
7Laat ieder geven naar wat hij in zijn hart besloten heeft, niet met tegenzin of uit dwang; want God heeft een blijmoedige gever lief.
8En God is machtig alle genade jegens u overvloedig te maken; opdat gij, altijd in alles volkomen voorzien zijnde, overvloedig moogt zijn tot alle goed werk;
9(Gelijk geschreven staat: Hij heeft uitgestrooid, hij heeft aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid blijft tot in eeuwigheid.