2 Kronieken 10:19
“En Israël is afgevallen van het huis van David tot op deze dag.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 10 — omringende verzen
En antwoordde hen naar de raad van de jongemannen, zeggende: Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, maar ik zal er nog meer aan toevoegen; mijn vader heeft u getuchtigd met gesels, maar ik zal u tuchtigen met schorpioenen.
15Zo luisterde de koning niet naar het volk; want het was van God, opdat de HEER zijn woord zou bevestigen, dat Hij gesproken had bij monde van Ahija de Siloniet tot Jerobeam de zoon van Nebat.
16En toen geheel Israël zag dat de koning niet naar hen luisterde, antwoordde het volk de koning, zeggende: Wat deel hebben wij in David? En wij hebben geen erfenis in de zoon van Isaï; ieder naar zijn tenten, o Israël; en nu, David, zie gij naar uw eigen huis. Zo ging geheel Israël naar zijn tenten.
17Maar over de kinderen Israëls die in de steden van Juda woonden, over hen regeerde Rehabeam.
18Toen zond koning Rehabeam Hadoram, die over de herendienst was; maar de kinderen Israëls stenigden hem met stenen, zodat hij stierf. Maar koning Rehabeam haastte zich om in zijn wagen te stijgen en naar Jeruzalem te vluchten.
En Israël is afgevallen van het huis van David tot op deze dag.