2 Kronieken 11:22
“En Rehabeam stelde Abija, de zoon van Maächa, aan als hoofd, om heerser te zijn over zijn broeders; want hij was voornemens hem tot koning te maken.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 11 — omringende verzen
Zo versterkten zij het koninkrijk van Juda en maakten Rehabeam de zoon van Salomo sterk, drie jaren lang; want drie jaren wandelden zij in de weg van David en Salomo.
18En Rehabeam nam voor zichzelf Mahalath, de dochter van Jerimoth de zoon van David, tot vrouw, en Abihail de dochter van Eliab de zoon van Isaï;
19Die hem kinderen baarde: Jeüs, en Semarja, en Zaham.
20En na haar nam hij Maächa de dochter van Absalom; die hem baarde Abia, en Attai, en Ziza, en Selomith.
21En Rehabeam beminde Maächa, de dochter van Absalom, boven al zijn vrouwen en bijvrouwen; want hij nam achttien vrouwen en zestig bijvrouwen, en verwekte achtentwintig zonen en zestig dochters.
En Rehabeam stelde Abija, de zoon van Maächa, aan als hoofd, om heerser te zijn over zijn broeders; want hij was voornemens hem tot koning te maken.
En hij handelde wijs, en verspreidde al zijn kinderen over alle landen van Juda en Benjamin, naar elke versterkte stad; en hij gaf hun overvloedig voedsel. En hij begeerde vele vrouwen.