2 Kronieken 15:9
“En hij vergaderde geheel Juda en Benjamin, en de vreemdelingen die bij hen waren uit Efraïm en Manasse en uit Simeon; want zij vielen in groten getale tot hem over uit Israël, toen zij zagen dat de HEER zijn God met hem was.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 15 — omringende verzen
Maar toen zij zich in hun benauwdheid bekeerden tot de HEER, de God van Israël, en Hem zochten, werd Hij door hen gevonden.
5In die tijden was er geen vrede voor wie uitging of inkwam, maar grote benauwdheid rustte op alle inwoners der landen.
6Het ene volk werd door het andere verdelgd, en de ene stad door de andere; want God kwelde hen met allerlei tegenspoed.
7Weest dan sterk, en laat uw handen niet verslappen; want uw werk zal beloond worden.
8En toen Asa deze woorden hoorde, en de profetie van de profeet Oded, vatte hij moed en verwijderde de gruwelijke afgoden uit het gehele land van Juda en Benjamin, en uit de steden die hij van het gebergte Efraïm had ingenomen; en hij vernieuwde het altaar van de HEER, dat voor de voorhal van de HEER stond.
En hij vergaderde geheel Juda en Benjamin, en de vreemdelingen die bij hen waren uit Efraïm en Manasse en uit Simeon; want zij vielen in groten getale tot hem over uit Israël, toen zij zagen dat de HEER zijn God met hem was.
Zo kwamen zij samen te Jeruzalem in de derde maand, in het vijftiende jaar van het koningschap van Asa.
11En zij offerden te dier tijd aan de HEER, van de buit die zij hadden meegebracht, zevenhonderd runderen en zevenenduizend schapen.
12En zij sloten een verbond om de HEER, de God van hun vaderen, te zoeken met heel hun hart en met heel hun ziel;
13Zodat ieder die de HEER, de God van Israël, niet zou zoeken, ter dood gebracht zou worden, hetzij klein of groot, hetzij man of vrouw.
14En zij zwoeren de HEER met luide stem, en met gejuich, en met trompetten en met hoorns.