2 Kronieken 21:13
“Maar gewandeld hebt in de weg van de koningen van Israël, en Juda en de inwoners van Jeruzalem hebt doen hoereren, zoals het huis van Achab gehoereerd heeft, en ook uw broeders, van het huis van uw vader, gedood hebt, die beter waren dan gij,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 21 — omringende verzen
In zijn dagen vielen de Edomieten af van onder de heerschappij van Juda, en stelden een koning over zich.
9Toen trok Joram uit met zijn vorsten en al zijn strijdwagens met hem; en hij maakte zich des nachts op en versloeg de Edomieten die hem en de oversten van de strijdwagens omsingeld hadden.
10Zo vielen de Edomieten af van onder de hand van Juda tot op deze dag. Ter zelfder tijd viel ook Libna van onder zijn hand af, omdat hij de HEER, de God van zijn vaderen, verlaten had.
11Ook maakte hij hoogten op de bergen van Juda, en deed de inwoners van Jeruzalem hoereren, en verleidde Juda daartoe.
12En er kwam een geschrift tot hem van de profeet Elia, die zeide: Zo zegt de HEER, de God van uw vader David: Omdat gij niet gewandeld hebt in de wegen van uw vader Josafat, noch in de wegen van Asa, de koning van Juda,
Maar gewandeld hebt in de weg van de koningen van Israël, en Juda en de inwoners van Jeruzalem hebt doen hoereren, zoals het huis van Achab gehoereerd heeft, en ook uw broeders, van het huis van uw vader, gedood hebt, die beter waren dan gij,
Zie, de HEER zal uw volk slaan met een grote plaag, en uw kinderen, en uw vrouwen, en al uw have.
15En gij zult een grote ziekte krijgen, door een kwaal van uw ingewanden, totdat uw ingewanden uitvallen door de ziekte, dag na dag.
16En de HEER verwekte tegen Joram de geest van de Filistijnen en van de Arabieren die bij de Ethiopiërs waren.
17En zij trokken op tegen Juda en vielen het binnen, en voerden al de have weg die gevonden werd in het huis des konings, en ook zijn zonen en zijn vrouwen, zodat hem geen zoon overbleef dan Joahaz, de jongste van zijn zonen.
18En na dit alles sloeg de HEER hem in zijn ingewanden met een ongeneeslijke ziekte.