2 Kronieken 24:6
“En de koning riep Jojada, het hoofd, en zei tot hem: Waarom hebt u van de Levieten niet geëist dat zij uit Juda en uit Jeruzalem de belasting inbrengen, naar het gebod van Mozes, de dienaar des HEREN, en van de gemeente van Israël, voor de tent der getuigenis?”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 24 — omringende verzen
Joas was zeven jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde veertig jaar in Jeruzalem. De naam van zijn moeder was Zibja, uit Berseba.
2En Joas deed wat recht was in de ogen des HEREN, al de dagen van de priester Jojada.
3En Jojada nam voor hem twee vrouwen, en hij verwekte zonen en dochters.
4En het geschiedde hierna, dat Joas van plan was het huis des HEREN te herstellen.
5En hij verzamelde de priesters en de Levieten, en zei tot hen: Trekt uit naar de steden van Juda, en zamelt van gans Israël geld in om het huis van uw God van jaar tot jaar te herstellen, en ziet toe dat gij de zaak bespoedigt. Doch de Levieten haastten zich niet.
En de koning riep Jojada, het hoofd, en zei tot hem: Waarom hebt u van de Levieten niet geëist dat zij uit Juda en uit Jeruzalem de belasting inbrengen, naar het gebod van Mozes, de dienaar des HEREN, en van de gemeente van Israël, voor de tent der getuigenis?
Want de zonen van Athalia, die goddeloze vrouw, hadden het huis Gods verbroken, en ook alle heilige dingen van het huis des HEREN hadden zij aan de Baäls besteed.
8En op bevel des konings maakten zij een kist, en stelden die buiten bij de poort van het huis des HEREN.
9En zij deden een oproep in Juda en Jeruzalem, om tot de HEER de belasting in te brengen die Mozes, de dienaar Gods, Israël in de woestijn opgelegd had.
10En al de vorsten en al het volk verheugden zich, en zij brachten in en wierpen in de kist, totdat zij klaar waren.
11En het geschiedde, dat telkens wanneer de kist door de hand der Levieten naar het toezicht des konings gebracht werd, en wanneer zij zagen dat er veel geld was, de schrijver des konings en de beambte van de hogepriester kwamen en de kist leegden, en die namen en naar zijn plaats terugbrachten. Zo deden zij dag aan dag, en zij verzamelden geld in overvloed.