Terug naar 2 Kronieken 25
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 25:19

Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten verslagen; en uw hart verheft u om te roemen. Blijf nu thuis; waarom zou gij u in onheil storten, zodat gij zou vallen, gij en Juda met u?

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 25 — omringende verzen

14

En het geschiedde, nadat Amazia van de slachting der Edomieten was teruggekeerd, dat hij de goden van de kinderen van Seïr meebracht, en deze als zijn goden opstelde, en zich voor hen neerboog, en hun reukwerk brandde.

15

Daarom ontbrandde de toorn des HEREN tegen Amazia, en Hij zond een profeet tot hem, die tot hem zei: Waarom hebt gij de goden van het volk gezocht, die hun eigen volk niet uit uw hand gered hebben?

16

En het geschiedde, terwijl hij met hem sprak, dat de koning tot hem zei: Hebben wij u tot raadsman des konings aangesteld? Houd op; waarom zou u geslagen worden? Toen hield de profeet op, en zei: Ik weet dat God besloten heeft u te verderven, omdat gij dit gedaan hebt en niet naar mijn raad geluisterd hebt.

17

Toen hield Amazia, koning van Juda, beraad, en hij zond tot Joas, de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu, koning van Israël, zeggende: Kom, laat ons elkaar onder ogen zien.

18

En Joas, koning van Israël, zond tot Amazia, koning van Juda, zeggende: De distel die in de Libanon was, zond tot de ceder die in de Libanon was, zeggende: Geef uw dochter aan mijn zoon tot vrouw; maar er ging een wild dier voorbij dat in de Libanon was, en het vertrad de distel.

19

Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten verslagen; en uw hart verheft u om te roemen. Blijf nu thuis; waarom zou gij u in onheil storten, zodat gij zou vallen, gij en Juda met u?

20

Maar Amazia wilde niet horen, want het kwam van God, opdat Hij hen in de hand van hun vijanden zou geven, omdat zij de goden van Edom gezocht hadden.

21

Zo trok Joas, koning van Israël, op, en zij zagen elkaar onder ogen, hij en Amazia, koning van Juda, bij Beth-semes, dat tot Juda behoort.

22

En Juda werd verslagen voor Israël, en zij vluchtten, ieder naar zijn tent.

23

En Joas, koning van Israël, nam Amazia, koning van Juda, de zoon van Joas, de zoon van Joahaz, gevangen bij Beth-semes, en hij bracht hem naar Jeruzalem, en hij brak de muur van Jeruzalem af, van de poort van Efraïm tot de Hoekpoort, vierhonderd el.

24

En hij nam al het goud en het zilver, en al de voorwerpen die gevonden werden in het huis Gods bij Obed-edom, en de schatten van het huis des konings, ook de gijzelaars, en hij keerde terug naar Samaria.