2 Kronieken 3:1
“Toen begon Salomo het huis des HEREN te bouwen te Jeruzalem op de berg Moria, waar de Heer aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bereid had op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 3 — omringende verzen
Toen begon Salomo het huis des HEREN te bouwen te Jeruzalem op de berg Moria, waar de Heer aan zijn vader David verschenen was, op de plaats die David bereid had op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.
En hij begon te bouwen op de tweede dag van de tweede maand, in het vierde jaar van zijn regering.
3Dit nu zijn de grondslagen die Salomo gelegd heeft voor het bouwen van het huis Gods. De lengte in ellen, naar de eerste maat, was zestig ellen, en de breedte twintig ellen.
4En het voorhuis dat aan de voorzijde van het huis was, de lengte ervan was gelijk aan de breedte van het huis, twintig ellen, en de hoogte was honderdtwintig; en hij overtrok het van binnen met zuiver goud.
5En het grote huis overtrok hij met dennehout, dat hij met fijn goud overtrok, en bewerkte daarin palmbomen en ketens.
6En hij versierde het huis met edelstenen ter versiering; en het goud was goud van Parvaïm.