2 Kronieken 36:6
“Tegen hem trok op Nebukadnezar, de koning van Babel, en bond hem in ketenen om hem naar Babel te voeren.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 36 — omringende verzen
Toen nam het volk des lands Joahaz, de zoon van Josia, en maakte hem koning in de plaats van zijn vader te Jeruzalem.
2Joahaz was drieëntwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem.
3En de koning van Egypte zette hem af te Jeruzalem, en legde het land een schatting op van honderd talenten zilver en een talent goud.
4En de koning van Egypte maakte Eljakim, zijn broeder, koning over Juda en Jeruzalem, en veranderde zijn naam in Jojakim. En Necho nam Joahaz, zijn broeder, en voerde hem naar Egypte.
5Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar te Jeruzalem; en hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER, zijn God.
Tegen hem trok op Nebukadnezar, de koning van Babel, en bond hem in ketenen om hem naar Babel te voeren.
Nebukadnezar voerde ook van de vaten van het huis van de HEER naar Babel, en plaatste ze in zijn tempel te Babel.
8Nu het overige der daden van Jojakim, en zijn gruwelen die hij bedreef, en wat in hem gevonden werd, zie, zij zijn geschreven in het boek der koningen van Israël en Juda; en Jojachin, zijn zoon, regeerde in zijn plaats.
9Jojachin was acht jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden en tien dagen te Jeruzalem; en hij deed wat kwaad was in de ogen van de HEER.
10En toen het jaar om was, zond koning Nebukadnezar en bracht hem naar Babel, met de kostbare vaten van het huis van de HEER, en hij maakte Zedekia, zijn broeder, koning over Juda en Jeruzalem.
11Zedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar te Jeruzalem.