2 Samuël 14:4
“En toen de vrouw van Tekoa tot de koning sprak, viel zij op haar aangezicht ter aarde, boog zich neer en zei: Help, o koning.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 14 — omringende verzen
En Joab, de zoon van Zeruja, merkte dat het hart van de koning naar Absalom uitging.
2En Joab zond naar Tekoa en haalde daarvandaan een wijze vrouw, en zei tot haar: Doe alsof u treurt, bid ik u, en trek rouwklederen aan en zalf u niet met olie, maar wees als een vrouw die reeds lange tijd over een dode rouwt.
3En ga tot de koning en spreek aldus tot hem. En Joab legde haar de woorden in de mond.
En toen de vrouw van Tekoa tot de koning sprak, viel zij op haar aangezicht ter aarde, boog zich neer en zei: Help, o koning.
En de koning zei tot haar: Wat is u? En zij antwoordde: Ik ben waarlijk een weduwvrouw en mijn man is gestorven.
6En uw dienstmaagd had twee zonen, en die twee kregen twist in het veld, en er was niemand om hen te scheiden; maar de een sloeg de ander en doodde hem.
7En zie, het gehele geslacht staat op tegen uw dienstmaagd en zegt: Geef hem die zijn broeder geslagen heeft, opdat wij hem doden voor het leven van zijn broeder die hij gedood heeft; en zo zullen zij ook de erfgenaam wegnemen. En zij zullen mijn kool die nog over is uitblussen, en mijn man zal geen naam noch nakomeling op de aarde overhouden.
8En de koning zei tot de vrouw: Ga naar uw huis, ik zal bevel geven aangaande u.
9En de vrouw van Tekoa zei tot de koning: Mijn heer, o koning, de ongerechtigheid zij op mij en op mijn vaders huis; maar de koning en zijn troon zij onschuldig.