2 Samuël 2:12
“En Abner, de zoon van Ner, en de dienaren van Isboset, de zoon van Saul, trokken uit Mahanaïm naar Gibeon.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 2 — omringende verzen
Laat daarom nu uw handen gesterkt worden en weest dapper; want uw meester Saul is dood, en ook heeft het huis van Juda mij tot koning over hen gezalfd.
8Maar Abner, de zoon van Ner, de legeroverste van Saul, nam Isboset, de zoon van Saul, en bracht hem over naar Mahanaïm;
9En maakte hem koning over Gilead en over de Asjurieten en over Jizreël en over Efraïm en over Benjamin en over geheel Israël.
10Isboset, de zoon van Saul, was veertig jaar oud toen hij koning werd over Israël, en hij regeerde twee jaar. Maar het huis van Juda volgde David.
11En de tijd dat David koning was in Hebron over het huis van Juda, was zeven jaar en zes maanden.
En Abner, de zoon van Ner, en de dienaren van Isboset, de zoon van Saul, trokken uit Mahanaïm naar Gibeon.
En Joab, de zoon van Zeruja, en de dienaren van David trokken uit en ontmoetten hen bij de vijver van Gibeon; en zij gingen zitten, de enen aan de ene zijde van de vijver en de anderen aan de andere zijde van de vijver.
14En Abner zei tot Joab: Laten de jongemannen nu opstaan en een steekspel voor ons houden. En Joab zei: Laten zij opstaan.
15Toen stonden er op en trokken naar voren, twaalf van Benjamin behorende bij Isboset, de zoon van Saul, en twaalf van de dienaren van David.
16En ieder greep zijn tegenstander bij het hoofd en stak zijn zwaard in de zijde van zijn tegenstander; zo vielen zij tegelijk neer; en die plaats werd Helkat-Hazzurim genoemd, welke in Gibeon is.
17En er was een zeer hevige strijd op die dag; en Abner en de mannen van Israël werden verslagen voor de dienaren van David.