Terug naar 2 Samuël 21
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 21:18

En het geschiedde daarna, dat er opnieuw een strijd was met de Filistijnen te Gob; toen versloeg Sibbechai, de Husathiet, Saf, die behoorde tot de zonen van de reus.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 21 — omringende verzen

13

En hij bracht vandaar de beenderen van Saul en de beenderen van zijn zoon Jonathan omhoog; en zij verzamelden ook de beenderen van de gehangenen.

14

En de beenderen van Saul en van zijn zoon Jonathan begroeven zij in het land van Benjamin te Zela, in het graf van zijn vader Kis; en zij deden alles wat de koning geboden had. En daarna liet God Zich verbidden voor het land.

15

Bovendien hadden de Filistijnen opnieuw oorlog met Israël; en David trok uit met zijn dienaren, en zij streden tegen de Filistijnen; en David werd moede.

16

En Isbi-Benob, die behoorde tot de zonen van de reus, wiens speer driehonderd sikkels koper woog en die omgord was met een nieuw zwaard, was van plan David te doden.

17

Maar Abisaï, de zoon van Zeruja, schoot hem te hulp, sloeg de Filistijn en doodde hem. Toen zwoeren de mannen van David hem, zeggende: U zult niet meer met ons uittrekken ten strijde, opdat u de lamp van Israël niet uitblust.

18

En het geschiedde daarna, dat er opnieuw een strijd was met de Filistijnen te Gob; toen versloeg Sibbechai, de Husathiet, Saf, die behoorde tot de zonen van de reus.

19

En er was opnieuw een strijd te Gob met de Filistijnen, waarbij Elhanan, de zoon van Jaäre-Oregim, de Bethlehemiet, de broeder van Goliath, de Gittiet, versloeg; de schacht van diens speer was als een weversboom.

20

En er was nog een strijd te Gath, waar een man van grote gestalte was, die aan elke hand zes vingers had en aan elke voet zes tenen, vierentwintig in getal; en hij was ook geboren uit de reus.

21

En toen hij Israël beschimpte, versloeg Jonathan, de zoon van Simeä, de broeder van David, hem.

22

Deze vier waren geboren uit de reus te Gath, en vielen door de hand van David en door de hand van zijn dienaren.