2 Samuël 22:26
“Bij de goedertierene toont U Zich goedertieren, en bij de oprechte man toont U Zich oprecht.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 22 — omringende verzen
De HEER heeft mij beloond naar mijn gerechtigheid; naar de reinheid van mijn handen heeft Hij mij vergolden.
22Want ik heb de wegen van de HEER bewaard en ben niet goddeloos afgeweken van mijn God.
23Want al Zijn verordeningen waren voor mij, en van Zijn inzettingen week ik niet af.
24Ik was ook oprecht voor Hem en heb mijzelf bewaard voor mijn ongerechtigheid.
25Daarom heeft de HEER mij vergolden naar mijn gerechtigheid, naar mijn reinheid voor Zijn ogen.
Bij de goedertierene toont U Zich goedertieren, en bij de oprechte man toont U Zich oprecht.
Bij de reine toont U Zich rein, maar met de verkeerde toont U Zich afkerig.
28En het verdrukte volk zult U verlossen, maar Uw ogen zijn tegen de hoogmoedigen, opdat U hen omlaag zou brengen.
29Want U bent mijn lamp, o HEER, en de HEER zal mijn duisternis verlichten.
30Want door U ben ik door een bende heengebroken; door mijn God ben ik over een muur gesprongen.
31Die God — Zijn weg is volmaakt; het woord van de HEER is gelouterd. Hij is een schild voor allen die op Hem vertrouwen.