2 Samuël 22:32
“Want wie is God behalve de HEER, en wie is een rots behalve onze God?”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 22 — omringende verzen
Bij de reine toont U Zich rein, maar met de verkeerde toont U Zich afkerig.
28En het verdrukte volk zult U verlossen, maar Uw ogen zijn tegen de hoogmoedigen, opdat U hen omlaag zou brengen.
29Want U bent mijn lamp, o HEER, en de HEER zal mijn duisternis verlichten.
30Want door U ben ik door een bende heengebroken; door mijn God ben ik over een muur gesprongen.
31Die God — Zijn weg is volmaakt; het woord van de HEER is gelouterd. Hij is een schild voor allen die op Hem vertrouwen.
Want wie is God behalve de HEER, en wie is een rots behalve onze God?
God is mijn sterkte en kracht, en Hij maakt mijn weg volmaakt.
34Hij maakt mijn voeten als die van hinden en zet mij op mijn hoogten.
35Hij leert mijn handen te strijden, zodat een koperen boog door mijn armen gebroken wordt.
36Ook hebt U mij het schild van Uw heil gegeven, en Uw zachtmoedigheid heeft mij groot gemaakt.
37U hebt mijn schreden onder mij verruimd, zodat mijn enkels niet wankelden.