VSV
Statenvertaling2 Samuël 7:1
“En het geschiedde, toen de koning in zijn huis zat en de HEER hem aan alle zijden rust gegeven had van al zijn vijanden,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 7 — omringende verzen
1
2En het geschiedde, toen de koning in zijn huis zat en de HEER hem aan alle zijden rust gegeven had van al zijn vijanden,
Dat de koning tot Nathan, de profeet, zeide: Zie toch, ik woon in een huis van cederhout, maar de ark van God woont binnen gordijnen.
3En Nathan zeide tot de koning: Ga, doe alles wat in uw hart is, want de HEER is met u.
4En het geschiedde in diezelfde nacht, dat het woord van de HEER tot Nathan kwam, zeggende:
5Ga en zeg aan Mijn knecht David: Zo zegt de HEER: Zult gij Mij een huis bouwen om in te wonen?
6Want Ik heb niet in een huis gewoond sinds de dag dat Ik de kinderen van Israël uit Egypte deed optrekken, tot op deze dag, maar heb gewandeld in een tent en een tabernakel.