VSV
Statenvertaling2 Samuël 8:18
“en Benaja, de zoon van Jojada, was over de Keretieten en de Peletieten; en de zonen van David waren raadsheren.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 8 — omringende verzen
13
En David verwierf zich een naam toen hij terugkeerde van het slaan der Syriërs in het Zoutdal, achttienduizend man.
14En hij stelde garnizoenen in Edom; in heel Edom stelde hij garnizoenen, en alle Edomieten werden Davids dienaren. En de HEER behoedde David overal waar hij heentrok.
15En David regeerde over heel Israël; en David deed recht en gerechtigheid aan al zijn volk.
16En Joab, de zoon van Zeruja, was over het leger; en Josafat, de zoon van Ahilud, was kanselier;
17en Zadok, de zoon van Ahitub, en Achimelech, de zoon van Abjathar, waren de priesters; en Seraja was de schrijver;
18
en Benaja, de zoon van Jojada, was over de Keretieten en de Peletieten; en de zonen van David waren raadsheren.