2 Timotheüs 4:18
“En de Heer zal mij verlossen van elk boos werk en mij bewaren tot Zijn hemels koninkrijk; Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Timotheüs 4 — omringende verzen
De mantel die ik te Troas bij Carpus gelaten heb, breng die mede als u komt, en de boeken, maar vooral de perkamenten.
14Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer vergelde hem naar zijn werken;
15Voor hem moet ook gij op uw hoede zijn, want hij heeft onze woorden zeer heftig tegengestaan.
16Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, maar allen hebben mij verlaten; ik bid dat het hun niet toegerekend worde.
17Doch de Heer heeft mij bijgestaan en mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking ten volle volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen; en ik ben verlost uit de muil van de leeuw.
En de Heer zal mij verlossen van elk boos werk en mij bewaren tot Zijn hemels koninkrijk; Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Groet Prisca en Aquila en het huisgezin van Onesiforus.
20Erastus is te Korinthe gebleven, maar Trofimus heb ik te Milete ziek achtergelaten.
21Doe uw best om vóór de winter te komen. Eubulus groet u, en Pudens, en Linus, en Claudia, en alle broeders.
22De Heer Jezus Christus zij met uw geest. Genade zij met u. Amen.