Amos 3:8
“De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? de Heere HEER heeft gesproken, wie zou niet profeteren?”
Kruisverwijzingen
Context
Amos 3 — omringende verzen
Kunnen twee samen wandelen, tenzij zij het eens zijn?
4Zal een leeuw brullen in het woud, als hij geen prooi heeft? zal een jonge leeuw zijn stem verheffen uit zijn hol, als hij niets heeft gevangen?
5Kan een vogel vallen in een strik op de aarde, als er geen val voor hem is? zal men een strik van de aarde opnemen, zonder iets gevangen te hebben?
6Zal een bazuin in de stad worden geblazen, en het volk niet vrezen? zal er een ramp zijn in een stad, en de HEER heeft die niet gedaan?
7Voorwaar, de Heere HEER doet niets, of Hij openbaart Zijn geheim aan Zijn knechten de profeten.
De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? de Heere HEER heeft gesproken, wie zou niet profeteren?
Roept het uit in de paleizen te Asdod, en in de paleizen in het land Egypte, en zegt: Vergadert u op de bergen van Samaria, en aanschouwt de grote beroering in haar midden, en de verdrukten in haar midden.
10Want zij weten niet recht te doen, zegt de HEER, die geweld en roof ophopen in hun paleizen.
11Daarom, zo zegt de Heere HEER: Er zal een tegenstander zijn rondom het gehele land; en hij zal uw sterkte van u doen neerkomen, en uw paleizen zullen geplunderd worden.
12Zo zegt de HEER: Gelijk een herder uit de muil van de leeuw twee poten redt, of een stuk van een oor; zo zullen de kinderen Israëls worden gered die wonen in Samaria in de hoek van een bed, en in Damascus op een rustbank.
13Hoort en getuigt in het huis van Jakob, zegt de Heere HEER, de God der heerscharen,