Terug naar Amos 4
VSV
Statenvertaling

Amos 4:9

Ik heb u geslagen met brandkoren en meeldauw; toen uw tuinen en uw wijngaarden en uw vijgenbomen en uw olijfbomen toenamen, verslond de sprinkhaan ze; en gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

Kruisverwijzingen

Context

Amos 4 — omringende verzen

4

Komt naar Bethel en overtreedt; te Gilgal, vermenigvuldigt de overtreding; en brengt uw offers elke morgen, en uw tienden om de drie jaar:

5

En offert een dankoffer met gezuurd brood, en roept de vrijwillige offers uit en maakt ze bekend; want dit behaagt u, o kinderen Israëls, zegt de Heere HEER.

6

Ook heb Ik u reinheid van tanden gegeven in al uw steden, en gebrek aan brood in al uw plaatsen; maar gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

7

En ook heb Ik de regen van u teruggehouden, toen er nog drie maanden waren tot de oogst; en Ik deed regenen op de ene stad, en op de andere stad deed Ik niet regenen; het ene stuk werd bevochtigd, en het stuk waarop het niet regende, verdorde.

8

Zo zwierven twee of drie steden naar één stad, om water te drinken; maar zij werden niet verzadigd; en gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

9

Ik heb u geslagen met brandkoren en meeldauw; toen uw tuinen en uw wijngaarden en uw vijgenbomen en uw olijfbomen toenamen, verslond de sprinkhaan ze; en gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

10

Ik heb de pest onder u gezonden naar de wijze van Egypte; uw jonge mannen heb Ik gedood met het zwaard, en uw paarden heb Ik weggenomen; en Ik heb de stank van uw legerplaatsen in uw neusgaten doen opstijgen; en gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

11

Ik heb sommigen van u omgekeerd, gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde, en gij waart als een brandend stuk hout dat uit het vuur gerukt is; en gij zijt niet tot Mij teruggekeerd, zegt de HEER.

12

Daarom zal Ik dit met u doen, o Israël; en omdat Ik dit met u doen zal, bereid u om uw God te ontmoeten, o Israël.

13

Want zie, Hij die de bergen formt en de wind schept, en de mens verkondigt wat zijn gedachte is, die de morgen tot duisternis maakt en op de hoogten der aarde treedt: HEER, de God der heerscharen, is Zijn naam.