Amos 5:4
“Want zo zegt de HEERE tot het huis van Israël: Zoekt Mij, en gij zult leven.”
Kruisverwijzingen
Context
Amos 5 — omringende verzen
Hoort dit woord dat ik over u aanhef als een klaaglied, o huis Israëls.
2De maagd van Israël is gevallen; zij zal niet meer opstaan. Zij is verlaten op haar land; er is niemand om haar op te richten.
3Want zo zegt de Heere HEERE: De stad die met duizend man uittrok, zal er honderd overhouden, en die met honderd uittrok, zal er tien overhouden voor het huis van Israël.
Want zo zegt de HEERE tot het huis van Israël: Zoekt Mij, en gij zult leven.
Maar zoekt Bethel niet, en gaat niet naar Gilgal, en trekt niet door naar Berséba; want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan, en Bethel zal tot niets worden.
6Zoekt de HEERE, en gij zult leven, opdat Hij niet uitbarste als een vuur in het huis van Jozef en het vertere, en er niemand zij om het te blussen in Bethel.
7Gij die het recht verandert in alsem, en de gerechtigheid ter aarde werpt,
8Zoekt Hem Die het Zevengesternte en de Orion gemaakt heeft, en de schaduw des doods verandert in de morgen, en de dag verduistert tot nacht; Die roept om de wateren der zee, en ze uitgiet over het aardoppervlak: HEERE is Zijn Naam.
9Die verwoesting doet aanbreken over de sterke, zodat de verwoesting komt tegen de vesting.