Terug naar Amos 7
VSV
Statenvertaling

Amos 7:6

De HEERE kreeg berouw over dit; Ook dit zal niet geschieden, zei de Heere HEERE.

Kruisverwijzingen

Context

Amos 7 — omringende verzen

1

Aldus heeft de Heere HEERE mij getoond: en zie, Hij vormde sprinkhanen in het begin van de opkomst van het nagras, en zie, het was het nagras na de maaiers des konings.

2

En het geschiedde, toen zij het gras van het land geheel hadden opgegeten, dat ik zei: Heere HEERE, vergeef toch! Hoe zal Jakob bestaan? Want hij is klein.

3

De HEERE kreeg berouw over dit; Het zal niet geschieden, zei de HEERE.

4

Aldus heeft de Heere HEERE mij getoond: en zie, de Heere HEERE riep op om te straffen met vuur, en het verteerde de grote diepte, en het verteerde een deel.

5

Toen zei ik: Heere HEERE, houd toch op! Hoe zal Jakob bestaan? Want hij is klein.

6

De HEERE kreeg berouw over dit; Ook dit zal niet geschieden, zei de Heere HEERE.

7

Aldus toonde Hij mij: en zie, de Heere stond op een muur, opgetrokken met een schietlood, en een schietlood was in Zijn hand.

8

En de HEERE zei tot mij: Amos, wat ziet gij? En ik zei: Een schietlood. Toen zei de Heere: Zie, Ik zal het schietlood plaatsen in het midden van Mijn volk Israël; Ik zal hen niet langer meer voorbijgaan.

9

En de hoogten van Izak zullen verwoest worden, en de heiligdommen van Israël zullen vernield worden; en Ik zal opstaan tegen het huis van Jerobeam met het zwaard.

10

Toen zond Amazia, de priester van Bethel, tot Jerobeam, de koning van Israël, zeggende: Amos heeft een samenzwering tegen u gesmeed in het midden van het huis van Israël; het land kan al zijn woorden niet verdragen.

11

Want zo zegt Amos: Jerobeam zal sterven door het zwaard, en Israël zal zeker in ballingschap weggevoerd worden uit zijn eigen land.