Amos 8:2
“En Hij zei: Amos, wat ziet gij? En ik zei: Een korf met zomervrucht. Toen zei de HEERE tot mij: Het einde is gekomen over Mijn volk Israël; Ik zal hen niet langer meer voorbijgaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Amos 8 — omringende verzen
Aldus heeft de Heere HEERE mij getoond: en zie, een korf met zomervrucht.
En Hij zei: Amos, wat ziet gij? En ik zei: Een korf met zomervrucht. Toen zei de HEERE tot mij: Het einde is gekomen over Mijn volk Israël; Ik zal hen niet langer meer voorbijgaan.
En de liederen van de tempel zullen gejammer zijn op die dag, zegt de Heere HEERE; er zullen veel dode lichamen zijn; op elke plaats zal men ze werpen in stilte.
4Hoor dit, gij die de behoeftigen verslindt en de armen van het land te gronde richt,
5Die zeggen: Wanneer is de nieuwe maan voorbij, zodat wij koren kunnen verkopen? En de sabbat, zodat wij tarwe kunnen uitstallen? Wij maken de efa klein en de sikkel groot, en wij vervalsen de weegschaal door bedrog.
6Zodat wij de arme voor zilver kunnen kopen, en de behoeftige voor een paar schoenen; ja, en het kaf van de tarwe verkopen.
7De HEER heeft gezworen bij de trots van Jakob: Voorzeker, Ik zal geen van hun werken ooit vergeten.