Terug naar Daniël 6
VSV
Statenvertaling

Daniël 6:14

Toen de koning deze woorden hoorde, was hij zeer ontstemd over zichzelf, en hij stelde zijn hart op Daniël om hem te redden; en hij arbeidde tot de ondergang van de zon om hem te bevrijden.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 6 — omringende verzen

9

Daarom ondertekende koning Darius het schrift en het besluit.

10

Toen nu Daniël wist dat het schrift ondertekend was, ging hij naar zijn huis, en zijn vensters in zijn opperzaal stonden open in de richting van Jeruzalem; en hij knielde driemaal per dag op zijn knieën en bad en loofde zijn God, zoals hij voordien gewoon was te doen.

11

Toen kwamen deze mannen bijeen en vonden Daniël biddend en smekend voor zijn God.

12

Toen traden zij nader en spraken voor de koning over het besluit des konings: Hebt gij niet een besluit ondertekend dat ieder mens die binnen dertig dagen een bede richt tot enige god of mens, behalve tot u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen? De koning antwoordde en zeide: De zaak is zeker, overeenkomstig de wet der Meden en Perzen, die niet gewijzigd wordt.

13

Toen antwoordden zij en zeiden voor de koning: Daniël, die van de kinderen der ballingschap van Juda is, acht u niet, o koning, noch het besluit dat u ondertekend hebt, maar doet zijn smeekbede drie maal daags.

14

Toen de koning deze woorden hoorde, was hij zeer ontstemd over zichzelf, en hij stelde zijn hart op Daniël om hem te redden; en hij arbeidde tot de ondergang van de zon om hem te bevrijden.

15

Toen kwamen deze mannen samen tot de koning en zeiden tot de koning: Weet, o koning, dat het de wet der Meden en Perzen is, dat geen besluit noch gebod dat de koning vastgesteld heeft, veranderd mag worden.

16

Toen gebood de koning, en men bracht Daniël en wierp hem in de kuil der leeuwen. En de koning sprak en zei tot Daniël: Uw God, Dien u voortdurend dient, Die zal u verlossen.

17

En een steen werd aangebracht en gelegd op de opening van de kuil; en de koning verzegelde hem met zijn eigen zegelring en met de zegelring van zijn heren, opdat het voornemen aangaande Daniël niet veranderd zou worden.

18

Daarna ging de koning naar zijn paleis en bracht de nacht vastende door; geen muziekinstrumenten werden voor hem gebracht, en zijn slaap week van hem.

19

Toen stond de koning zeer vroeg in de morgen op en spoedde zich naar de kuil der leeuwen.