Daniël 7:26
“Maar het gericht zal gehouden worden, en men zal zijn heerschappij wegnemen om haar te vernietigen en te gronde te richten tot het einde.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 7 — omringende verzen
Ik zag dat diezelfde horen oorlog voerde tegen de heiligen en de overhand over hen had;
22Totdat de Oude van dagen kwam en het oordeel aan de heiligen des Allerhoogsten werd gegeven, en de tijd aankwam dat de heiligen het koninkrijk bezaten.
23Aldus zei hij: Het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verscheiden zal zijn van alle koninkrijken, en het zal de ganse aarde verslinden en haar vertreden en verbrijzelen.
24En de tien horens uit dit koninkrijk zijn tien koningen die zullen opstaan; en een ander zal na hen opstaan, en hij zal verscheiden zijn van de eersten, en hij zal drie koningen vernederen.
25En hij zal grote woorden spreken tegen de Allerhoogste en de heiligen des Allerhoogsten uitputten, en hij zal denken tijden en wetten te veranderen; en zij zullen in zijn hand gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd.
Maar het gericht zal gehouden worden, en men zal zijn heerschappij wegnemen om haar te vernietigen en te gronde te richten tot het einde.
En het koninkrijk en de heerschappij en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zullen gegeven worden aan het volk der heiligen des Allerhoogsten, Wiens koninkrijk een eeuwig koninkrijk is, en alle heerschappijen zullen Hem dienen en gehoorzamen.
28Tot hiertoe is het einde der zaak. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten verontrustten mij zeer en mijn gelaatskleur veranderde in mij; maar ik bewaarde de zaak in mijn hart.