Daniël 9:10
“Wij hebben niet gehoorzaamd aan de stem van de HEER, onze God, om te wandelen in Zijn wetten, die Hij ons had voorgehouden door Zijn knechten, de profeten.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 9 — omringende verzen
wij hebben gezondigd en ongerechtigheid bedreven, wij hebben goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest, door af te wijken van Uw geboden en Uw verordeningen.
6Wij hebben niet geluisterd naar Uw knechten, de profeten, die in Uw naam gesproken hebben tot onze koningen, onze vorsten, onze vaderen en tot al het volk van het land.
7O HEER, de gerechtigheid is aan U, maar ons betaamt de schaamte op het aangezicht, zoals het heden is — de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem en geheel Israël, die nabij zijn en die ver zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om de overtredingen die zij tegen U bedreven hebben.
8O Heer, ons betaamt de schaamte op het aangezicht, onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
9De HEER onze God zijn de barmhartigheden en de vergevingen, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn gekomen.
Wij hebben niet gehoorzaamd aan de stem van de HEER, onze God, om te wandelen in Zijn wetten, die Hij ons had voorgehouden door Zijn knechten, de profeten.
Ja, geheel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken om Uw stem niet te gehoorzamen; daarom is over ons uitgestort de vloek en de eed die geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht van God, omdat wij tegen Hem gezondigd hebben.
12En Hij heeft Zijn woorden bevestigd die Hij over ons gesproken heeft en over onze rechters die ons gericht hebben, door een groot kwaad over ons te brengen; want onder de ganse hemel is niet geschied wat er in Jeruzalem geschied is.
13Zoals geschreven staat in de wet van Mozes, dit gehele kwaad is over ons gekomen; maar wij hebben de HEER, onze God, niet om gunst gesmeekt, opdat wij ons van onze ongerechtigheden zouden bekeren en inzicht zouden hebben in Uw waarheid.
14Daarom heeft de HEER het kwaad in het oog gehouden en het over ons gebracht, want de HEER, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken die Hij doet; want wij hebben Zijn stem niet gehoorzaamd.
15En nu, o Heer onze God, die Uw volk uit het land Egypte hebt geleid met een sterke hand en U een naam hebt gemaakt, zoals het heden is — wij hebben gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld.