Daniël 9:24
“Zeventig weken zijn er vastgesteld over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om gezicht en profetie te bezegelen, en de Heilige der heiligen te zalven.”
Kruisverwijzingen
Context
Daniël 9 — omringende verzen
O Heer, hoor; o Heer, vergeef; o Heer, sla acht en doe het; stel het niet uit, omwille van Uzelf, mijn God; want Uw stad en Uw volk worden naar Uw naam genoemd.
20En terwijl ik nog sprak en bad en mijn zonde beleed en de zonde van mijn volk Israël, en mijn smeekbede neerlegde voor de HEER, mijn God, voor de heilige berg van mijn God —
21ja, terwijl ik nog sprak in het gebed, raakte de man Gabriël, die ik in het begin in het gezicht had gezien, mij aan, omstreeks de tijd van het avondoffer, in snelle vlucht hierheen gekomen.
22Hij onderwees mij en sprak met mij en zei: O Daniël, ik ben nu uitgegaan om u inzicht en begrip te geven.
23Bij het begin van uw smeekbeden ging het bevel uit, en ik ben gekomen om het u te verkondigen; want u bent zeer bemind. Sla dan acht op de zaak en let op het gezicht.
Zeventig weken zijn er vastgesteld over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om gezicht en profetie te bezegelen, en de Heilige der heiligen te zalven.
Weet dan en begrijp: van het uitgaan van het bevel om Jeruzalem te herstellen en te bouwen tot aan de Messias, de Vorst, zijn zeven weken en tweeënzestig weken; de straten en de gracht zullen herbouwd worden, maar in benauwde tijden.
26Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf; en het volk van de vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom verwoesten, en zijn einde zal zijn als met een vloed, en tot het einde toe zal er strijd zijn; verwoestingen zijn vastgesteld.
27En hij zal het verbond met velen bevestigen voor één week; en in het midden van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en op een vleugel van gruwelen zal er een verwoester zijn, totdat de vastgestelde voleinding over de verwoester wordt uitgestort.