Deuteronomium 10:20
“De HEER uw God zult u vrezen; Hem zult u dienen, en aan Hem zult u vasthouden, en bij Zijn naam zweren.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 10 — omringende verzen
Alleen had de HEER een welbehagen in uw vaderen om hen lief te hebben, en Hij verkoos hun nageslacht na hen, namelijk u, boven alle volken, zoals het op deze dag is.
16Besnijd dan de voorhuid van uw hart, en wees niet langer halsstarrig.
17Want de HEER uw God is de God der goden en de Heer der heren, een groot, machtig en ontzagwekkend God, Die geen aanzien des persoons kent en geen geschenk aanneemt,
18Die recht doet aan de wees en de weduwe, en de vreemdeling liefheeft door hem voedsel en kleding te geven.
19Hebt daarom de vreemdeling lief, want u was vreemdeling in het land Egypte.
De HEER uw God zult u vrezen; Hem zult u dienen, en aan Hem zult u vasthouden, en bij Zijn naam zweren.
Hij is uw lof en Hij is uw God, Die voor u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben.
22Uw vaderen trokken naar Egypte met zeventig personen, en nu heeft de HEER uw God u talrijk gemaakt als de sterren des hemels.