Deuteronomium 12:1
“Dit zijn de inzettingen en verordeningen die u zult onderhouden om te doen in het land dat de HEER, de God van uw vaderen, u geeft om het te bezitten, al de dagen dat u op aarde leeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 12 — omringende verzen
Dit zijn de inzettingen en verordeningen die u zult onderhouden om te doen in het land dat de HEER, de God van uw vaderen, u geeft om het te bezitten, al de dagen dat u op aarde leeft.
U zult alle plaatsen volkomen vernielen waar de volken die u zult verdrijven hun goden gediend hebben, op de hoge bergen, op de heuvels en onder elke groene boom.
3En u zult hun altaren omvergooien, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhakken en hun naam van die plaats uitroeien.
4Zo zult u niet doen met de HEER uw God.
5Maar naar de plaats die de HEER uw God uit al uw stammen zal uitkiezen om Zijn naam daar te vestigen, naar Zijn woning zult u zoeken, en daarheen zult u komen.
6En daarheen zult u uw brandoffers brengen, uw slachtoffers, uw tienden, de heffing van uw hand, uw geloften, uw vrijwillige offers en de eerstgeborenen van uw runderen en uw kleinvee.