Deuteronomium 16:22
“En gij zult voor uzelf geen gewijde zuil oprichten; want de HEER uw God haat die.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 16 — omringende verzen
Ieder man zal geven naar zijn vermogen, naar de zegen van de HEER uw God die Hij u gegeven heeft.
18Rechters en opzieners zult gij voor uzelf aanstellen in al uw poorten, die de HEER uw God u geeft, in al uw stammen: en zij zullen het volk met rechtvaardig oordeel richten.
19Gij zult het recht niet verdraaien; gij zult geen aanzien des persoons hebben, noch geschenken aannemen: want een geschenk verblindt de ogen van de wijzen, en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.
20Gerechtigheid, gerechtigheid alleen zult gij najagen, opdat gij leeft en het land bezit dat de HEER uw God u geeft.
21Gij zult voor uzelf geen bosje bomen planten naast het altaar van de HEER uw God, dat gij voor uzelf zult maken.
En gij zult voor uzelf geen gewijde zuil oprichten; want de HEER uw God haat die.