Deuteronomium 17:6
“Op het woord van twee getuigen of drie getuigen zal hij die de dood verdiend heeft ter dood gebracht worden; maar op het woord van één getuige zal hij niet ter dood gebracht worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 17 — omringende verzen
Gij zult aan de HEER uw God geen rund of schaap offeren waaraan een gebrek is, of enige misvormdheid: want dat is een gruwel voor de HEER uw God.
2Indien er onder u gevonden wordt, binnen enige van uw poorten die de HEER uw God u geeft, een man of vrouw die goddeloosheid gedaan heeft in de ogen van de HEER uw God, door Zijn verbond te overtreden,
3En die heengegaan is en andere goden gediend heeft en hen aangebeden heeft, hetzij de zon, of de maan, of enig deel van het hemelse heir, wat ik niet geboden heb;
4En het u verteld wordt, en gij het gehoord hebt, en het nauwkeurig onderzocht hebt, en zie, het is waar, en de zaak is zeker, dat zulk een gruwel in Israël bedreven is:
5Dan zult gij die man of die vrouw, die dat goddeloze ding gedaan hebben, naar uw poorten brengen, die man of die vrouw, en gij zult hen stenigen met stenen totdat zij sterven.
Op het woord van twee getuigen of drie getuigen zal hij die de dood verdiend heeft ter dood gebracht worden; maar op het woord van één getuige zal hij niet ter dood gebracht worden.
De handen van de getuigen zullen het eerst op hem zijn om hem te doden, en daarna de handen van al het volk. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen.
8Indien er een zaak te moeilijk voor u is in het gericht, tussen bloed en bloed, tussen eis en eis, en tussen slag en slag, zijnde zaken van geschil binnen uw poorten: dan zult gij opstaan en optrekken naar de plaats die de HEER uw God zal uitkiezen;
9En gij zult komen tot de priesters, de Levieten, en tot de rechter die in die dagen zal zijn, en navraag doen; en zij zullen u de uitspraak des oordeels tonen:
10En gij zult handelen naar de uitspraak die zij u tonen van die plaats welke de HEER zal kiezen; en gij zult er nauwlettend op toezien dat gij doet naar alles wat zij u zeggen:
11Naar de uitspraak der wet die zij u zullen leren, en naar het oordeel dat zij u zullen meedelen, zult gij handelen: gij zult niet afwijken van de uitspraak die zij u tonen, naar rechts noch naar links.