Terug naar Deuteronomium 18
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 18:17

En de HEER zeide tot mij: Zij hebben wel gesproken wat zij gesproken hebben.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 18 — omringende verzen

12

Want allen die deze dingen doen zijn de HEER een gruwel; en vanwege deze gruwelen verdrijft de HEER uw God hen van voor uw aangezicht.

13

Gij zult volmaakt zijn met de HEER uw God.

14

Want deze volken die gij zult bezitten, luisterden naar waarnemers der tijden en naar waarzeggers; maar wat u betreft, de HEER uw God heeft u zulks niet toegelaten.

15

De HEER uw God zal u een Profeet verwekken uit uw midden, uit uw broederen, aan mij gelijk; naar Hem zult gij horen;

16

Overeenkomstig alles wat gij van de HEER uw God begeerd hebt bij Horeb op de dag van de samenkomst, zeggende: Laat mij de stem van de HEER mijn God niet meer horen, noch dit grote vuur meer zien, opdat ik niet sterve.

17

En de HEER zeide tot mij: Zij hebben wel gesproken wat zij gesproken hebben.

18

Ik zal hun een Profeet verwekken uit het midden van hun broederen, aan u gelijk, en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond leggen; en Hij zal tot hen spreken alles wat Ik Hem gebieden zal.

19

En het zal geschieden dat wie niet zal horen naar Mijn woorden die Hij in Mijn naam zal spreken, Ik dat van hem zal eisen.

20

Maar de profeet die aanmatigend een woord in Mijn naam zal spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreken zal, zelfs die profeet zal sterven.

21

En indien gij in uw hart zegt: Hoe zullen wij het woord kennen dat de HEER niet gesproken heeft?

22

Wanneer een profeet spreekt in de naam van de HEER, en het woord volgt niet en komt niet uit, dat is het woord dat de HEER niet gesproken heeft; de profeet heeft het aanmatigend gesproken: gij zult voor hem niet vrezen.