Deuteronomium 19:2
“Zult gij voor uzelf drie steden afzonderen in het midden van uw land dat de HEER uw God u geeft om het te bezitten.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 19 — omringende verzen
Wanneer de HEER uw God de volken uitgeroeid heeft wier land de HEER uw God u geeft, en gij hen verdreven hebt en in hun steden en in hun huizen woont;
Zult gij voor uzelf drie steden afzonderen in het midden van uw land dat de HEER uw God u geeft om het te bezitten.
Gij zult voor uzelf een weg bereiden en het grondgebied van uw land, dat de HEER uw God u geeft om te beërven, in drie delen verdelen, opdat elke doodslager daarheen vluchten kan.
4En dit is het geval van de doodslager die daarheen zal vluchten, opdat hij leve: wie zijn naaste doodslaat onwetend, die hem tevoren niet haatte;
5Zoals wanneer iemand met zijn naaste het woud ingaat om hout te hakken, en zijn hand voert een slag met de bijl om de boom te vellen, en het ijzer schiet van de steel en treft zijn naaste zodat hij sterft; hij zal vluchten naar een van die steden en leven:
6Opdat de bloedwreker de doodslager niet nareize terwijl zijn hart heet is, en hem inhale, omdat de weg lang is, en hem sla; terwijl hij den dood niet waardig was, aangezien hij hem tevoren niet haatte.
7Daarom gebied ik u, zeggende: Gij zult voor uzelf drie steden afzonderen.